Een perfecte panna cotta (''''gekookte room'''' in het Italiaans) moet net stevig genoeg zijn om bij elkaar te blijven, maar zacht en romig genoeg om te smelten in de mond. Het geheim van zo''n textuur is de juiste dosering gelatine.
Door de gelatine voor gebruik in ijskoud water te weken, wordt hij heel zacht maar lost hij niet op. Koud water hydrateert het eiwitnetwerk van de gelatine zodat het snel en gelijkmatig oplost.
Als je een blaadje gelatine rechtstreeks in hete vloeistof zou doen, zou je een klonterige textuur krijgen. Als je de gelatine laat uitlekken, knijp er dan zoveel mogelijk water uit - overtollig water beïnvloedt de verhouding tussen gelatine en vloeistof.
Door gelatineblaadjes te gebruiken, in plaats van gelatinepoeder, ziet de panna cotta er helderder uit. Meer tips over hoe je een panna cotta maakt die zeker zal slagen vind je hier.
Panna cotta is een dessert waarbij de verhoudingen van room, melk, suiker en gelatine hetzelfde blijven, maar gember, steranijs, fruittoppings of andere favoriete smaken kunnen tussen de room worden toegevoegd. We hebben de panna cotta deze keer gecombineerd met een saus van kersen en gember.